St.-Franciscusparochie 

Heverlee - Kessel-lo - Leuven

Federatie FRANDO    FRanciscus ANtonius DOn bosco

GPS-adres parochie: Tiensesteenweg 190, 3001 Heverlee    tel. 016/25 04 59     e-mail: franciscusheverlee@gmail.com

 

 

Ontstaan van de drie Frando parochies

 

1897 - Sint-Antonius       1912 - H.Hart - Sint-Franciscus        1958 - Don Bosco

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naar begin

 

 

De H. Drievuldigheidskapel te Blauwput

Velen beseffen het niet, maar de H. Drievuldigheidskapel (ook  wel kapel van Onze-Lieve-Vrouw ter Krampen genoemd), of ‘het kapelleke’ in de volksmond, vindt zijn oorsprong in de 15de eeuw. Dit dank zij een initiatief van Jan Vander Marct, een welstellende Leuvense slotenmaker, die besefte dat het een hele opgave was voor de gelovigen om tijdens de wintermaanden naar Sint-Michiel, de eigenlijke parochiekerk te stappen. Paus Eugeen IV gaf de toelating tot de bouw van een kapel in 1440. Volgens de breve (pauselijk geschrift) moest de kapel een torentje met klok krijgen en er mochten 4 altaren opgericht worden.

Jan Van Schoonbergen ontving 561 plecken voor het aanbrengen van een glasraam. De kapel werd gebouwd op ‘den blauwen putte’. In de middeleeuwen heette dit oord Troembeke. De oorspronkelijke bewoners vestigden zich hiervoor de plaatselijke waterbron, later een laatgotische waterput van blauwe hardsteen waaraan de parochie haar naam ontleent in de 19de eeuw. Vanaf 1307 zou de naam ‘Blauwput’ voor de wijk ingeburgerd zijn.

Op 14 november 1441 werd de kapel ingezegend door Frater Dionisius van de orde van de Karmelieten, namens de wijbisschop van Luik. Hij schonk aan de aanwezigen tweemaal veertig dagen aflaten. Een verordening van 16 mei 1443 stipuleert dat mis-, noch klokgelui een aanvang mochten nemen vooraleer te Leuven het negende uur werd geluid.

In 1518 vernielde een hevige brand het bovenste deel van de kapel. De brand sloeg over naar de stad, waarbij 300 huizen in de vlammen opgingen. Daar men er niet in geslaagd was de vlammen te blussen, hadden de religieuzen van de priorij van St.-Maartensdal volgens de overlevering de vuurgloed bezworen door middel van het Heilig Sacrament. De kapel werd dadelijk hersteld. Ze diende tot kapel van de kleine gilde van de ‘Heilige Dryvuldigheid’. Toen stonden er 20 huizen rond.

Op 19 februari 1798 werd de kapel gesloten, mede door toedoen van de Franse Revolutie. Vanaf 1805 werden er weer geregeld kerkdiensten gehouden.

De kapel hoorde toe aan de parochie Sint-Michiel tot op het ogenblik van de stichting van de parochie Vlierbeek in 1829. De kerk van Vlierbeek werd parochiekerk voor Kessel-Lo en de kapel kwam onder haar bevoegdheid. De leden van de confrerie van de H.-Drievuldigheid moesten in de processie gaan in Vlierbeek en de vlag ‘nuchter’ terug naar Blauwput brengen. Jaarlijks op het feest van de Drievuldigheid werd er een processie gehouden met foor. Die processie is in feite de oorsprong van de Blauwputkermis.

Een legende vertelt dat dieven de verguld-zilveren rijve (relikwieënkast) hadden gestolen en in de Blauwen put hadden geworpen. Daags daarna kwam een vrouw water putten en ze haalde de reliek op. Van dan af bewaarde het water geneeskracht, bijzonder voor zwakzinnigen.

Wegens de gestage aangroei van de wijk Blauwput door de komst van het station en de centrale werkplaatsen, werd in 1877 de parochie Blauwput gesticht. Een uitbreiding van de kapel werd gepland en goedgekeurd, maar uiteindelijk gaf men er de voorkeur aan een nieuwe kerk te bouwen op een andere plaats. Toen werden ook de omringende lindebomen gekapt en de put gedempt. Wanneer de nieuwe kerk in gebruik werd genomen, werd de kapel bedreigd met volledig verval. Rond 1885 werd besloten tot de afbraak van de kapel. Het is dankzij de inspanningen van pastoor Van Dormael, dat de Commissie voor Monumenten ingreep. In 1893 werd ze door architect Langerock met veel zorg gerestaureerd.

In 1944 werd de kapel zwaar geteisterd door bombardementen en heropgebouwd in de periode 1956-1957. Wanneer begonnen werd met de restauratiewerken, vond men zeer oude perkamenten documenten met afbeeldingen, zodat de kapel in zijn oorspronkelijke vorm kon hersteld worden. Typerend was het gebruik van zandsteenbanden, de zogenaamde ‘speklagen’, een bouwstijl die je terugvindt in vele kerken en gebouwen in Vlaams-Brabant. Het interieur kreeg een nieuwe bepleistering, er kwam een nieuwe bevloering en de ramen kregen nieuw groen kathedraalglas. De kapel en waterput zijn sinds 1938 beschermd. In de kapel bevindt zich het beeld van O.L.Vrouw ter Krampen.

In de 17de eeuw was de verering van Maria groot. Zij werd aangeroepen tegen besmettelijke ziektes en de ‘heete korze’, een gevaarlijke moeraskoorts.

Tot op heden wordt de kapel gebruikt voor kleinere plechtigheden en als repetitie- en concertruimte.

Wilfried Joris, met dank aan A. Smeyers

uit het Parochieblad Blauwput

 

 

 

Naar begin


Eindredactie Kroniek SFH : Herman Van Overbeke     

Eindredactie webpagina : leo.page@telenet.be

 

 

Laatst bijgewerkt: 20 september 2017